“Het was wel even wennen, maar nu vind ik het prima” – verhuizen naar een verpleeghuis

25 mei 2022

Deel 6: In dit deel van een serie over dementie vertellen twee bewoners over hun leven in verpleeghuis Liemerije.

Niet iedereen die de diagnose dementie krijgt, verhuist uiteindelijk naar een verpleeghuis. Zo’n 30% van de mensen met dementie brengt er het laatste deel van zijn of haar leven door. Voor veel mensen een schrikbeeld. Maar is het werkelijk zo erg?

In Liemerije Meulenvelden zijn verschillende vormen van ouderenzorg onder één dak te vinden. Er is dagbesteding, ouderen wonen er zelfstandig in appartementen en er is een afdeling waar ouderen beschermd wonen. In Tesma wonen 22 mensen met dementie. Zij hebben allemaal een eigen appartement met een ruime woonkamer en keuken, een aparte slaapkamer, toilet en badkamer. In de appartementen staan eigen spulletjes. De zorg wordt geleverd door medewerkers van Liemerije. Er zijn twee huiskamers, daarvan is er één tijdelijk. Een nieuwe prikkelarme huiskamer is in aanbouw. Een ruimte met hoekjes, waar je ook rustig in een relaxstoel kunt zitten.

Mieke is er assistent-woonbegeleider. Zij vertelt dat de zorgbehoefte voor iedereen anders is. “Daar speel je op in. Medewerkers zijn hier te gast, de mensen wonen hier. Elke donderdag komen er vrijwilligers, die doen in overleg met de leiding activiteiten met de bewoners. Onlangs hebben ze samen viooltjes in bloembakken geplant. Via familienet kunnen de naasten zien wat er in het huis gebeurt. Zo zorgen we ook voor betrokkenheid.”

Ria Dijk

Sinds een jaar of drie woont mevrouw Dijk in Liemerije. Ze werkte vroeger in een winkel en later bij Groothandel Stokvis, daar zat ze op de voorraadadministratie. Ze verhuisde van Assen naar Didam. “Mijn man werkte in de regio en daarom zijn we hier gaan wonen. Nu woon ik in Tesma, want ik kon niet meer alleen wonen. Ik haalde geen boodschappen, at slecht en dronk te weinig. Het was wel even wennen, maar nu vind ik het prima. 

Dat ik geen eigen baas meer was, dat was moeilijk. Nu wil ik niet meer weg! Ik kan niet meer alleen boodschappen doen. Als ik de verkeerde kant opdraai, ben ik de weg kwijt. Het wordt snel erger nu.”

“Wat ik de hele dag doe? Veel zitten. Ik lees elke dag de krant en doe mee aan handwerken. Op maandagmorgen ga ik daar naar toe.  Als de leiding gaat wandelen, dan mag ik mee. Alleen mag ik niet weg. Het is hier gezellig. Ik heb jarenlang alleen gezeten, dat is niet leuk. Hier heb ik contact met iedereen, ik praat met iedereen. Vroeger heb ik ook wel gezegd: ik wil niet naar een verpleeghuis, maar ik ben hier nu hartstikke gelukkig. Ik heb dementie, ik maak me daar niet druk om. Hoe drukker je je erom maakt, hoe erger het wordt. Als je dementie hebt, is alleen zijn heel erg. Hier zijn ze allemaal van hetzelfde soort. Als je hier onder elkaar bent, kun je best iets verkeerd zeggen. Iets waarvan je later denkt: wat heb ik nou weer gezegd. Mijn advies is dan ook: blijf niet te lang alleen thuis wonen, dan word je heel eenzaam. Ik voel me hier heel geborgen, dat voelde ik me thuis niet meer.” 

“Ik lees de krant, want ik wil weten wat er in de wereld gebeurt.” Mevrouw Dijk heeft gestemd bij de gemeenteraadsverkiezingen. Vroeger stemde ze altijd PvdA, nu heeft ze lokaal gestemd: “Lokale partijen moeten het voor ons doen. Zorgen dat wij hier de voorzieningen houden. Een café, de gymnastiekverenigingen.”

Bertus Lanters

Na een leven van hard werken ging het lichamelijk niet meer goed met mijnheer Lanters (88). Lanters werd in Nieuw-Dijk geboren als oudste in een gezin met zes kinderen. Na de oorlog ging hij studeren in Nijmegen. Lanters had een eigen melkveehouderij. Wat hij geleerd had, kon hij hier in de praktijk brengen: “Ik deed het net even anders met de koeien, daardoor kon ik de productie verhogen. Mensen zien een koe lopen, maar weten niet wat er allemaal in zo’n koe zit.” Lanters werkte ook bij de ABTB en hij was veertig jaar secretaris van Carnavalsvereniging De 11jes. “De koeien gingen weg toen ik 65 was. Ik had last van verstopte bloedvaten in mijn benen. Uiteindelijk moest er een been geamputeerd worden. Ik heb veel operaties gehad en daardoor ging het in mijn hoofd ook verkeerd. Nu is alles weer behoorlijk intact, maar de kronkel is een beetje gebleven. Daarom ben in Liemerije komen wonen. Dankzij mijn geloof kan ik dat goed accepteren. Ik lees veel in de bijbel. En elke avond bid ik uit een missaaltje. Dat boekje heb ik al 50 jaar bij me.” 

Lanters verloor een dochter, Marion was 29 toen ze overleed. Zijn vrouw Marie overleed ongeveer zes jaar geleden: ”Zij was een kunstenares, het zijn haar borduurwerken die hier aan de muur hangen. Ze borduurde alles met één draad. Van een foto van Marion maakte ze een borduurwerk en ze borduurde de afbeelding van Maria. Ik ben een Maria-man, daar heb ik veel steun aan.” De kamer van Lanters hangt en staat vol met herinneringen. Wat hij wel mist is het buitenleven: “‘s Morgens word ik al vroeg wakker, dat ben ik van vroeger gewend. Dan gaan de gordijnen open en kijk ik naar buiten. Ik kan hier niet doen wat ik vroeger allemaal deed, maar ik ben nog heel gelukkig. Ik werkte veertig jaar bij de ABTB. Daar zat ook een sociale kant aan. Ik probeer wel contact te krijgen met de andere bewoners. Met sommige mensen hier praat ik over vroeger. Met anderen krijg je wat moeilijker contact. Ik probeer er iets van te maken. Doe mee aan activiteiten, zoals vogelhuisjes bekleden. Mensen hier maken hele mooie dingen. De mevrouw die je vanmorgen gesproken hebt, heeft echt kijk op kleurschakeringen. Dat had mijn vrouw ook.”

KLIK HIER om de gehele zesdelige serie ervaringsverhalen te lezen van mensen met dementie en hun betrokkenen.

Terug naar overzicht