Ik wil hem niets afpakken alleen aanvullen

13 okt 2021

Twee jaar geleden kreeg de heer Frans Hermans uit Montferland te horen dat hij vasculaire dementie heeft. Een ingrijpende ziekte. Voor hemzelf en voor zijn omgeving. In een zesdelige serie laten we betrokkenen aan het woord. In deel 2 vertelt mevrouw Hermans hoe zij de ziekte van haar man ervaart. Zij vertelt over de zorgen, maar ook over de verbondenheid.

“Ik merkte dat Frans veranderde. Dat ging heel langzaam. Sluipend. Je ziet de verandering, maar je wilt niet benoemen dat het weleens dementie zou kunnen zijn. Dan zou het een feit zijn. Ik praatte er ook niet over met de kinderen. Maar op een gegeven moment merkten zij het ook: ‘Als we samen wandelen, reageert hij anders’, zo vertelden ze. Dat is al wel vier jaar geleden. Het is geen groot iets, maar allemaal kleine dingetjes. Iets niet onthouden, niet begrijpen, minder energie. Als je terugkijkt, kun je het beter plaatsen. Wij kunnen gelukkig samen goed praten. Alles wat er nu speelt, kunnen we open met elkaar bespreken. Dat heeft wel een paar jaar geduurd. Het is een heel proces.”
“Gelukkig hebben we een hele fijne huisarts, ze luistert echt. Dat geeft enorm veel steun. Er is eerst onderzocht of Frans misschien Parkinson had. Het woord dementie hebben we toen nog niet gebruikt. We zijn naar de neuroloog verwezen, maar daar kwamen we niet echt verder. Het bleek geen Parkinson te zijn. We hebben vervolgens gevraagd of een geriater ons zou kunnen helpen. Onze schoondochter woont dichtbij en ze trekt veel met ons op. Het was fijn dat zij bij het eerste gesprek aanwezig was. Omdat ze Frans goed kent en in de zorg werkt, begreep zij goed wat er gezegd werd.”

De geriater

“Bij de geriater vond Frans begrip en aandacht. Hij mopperde een beetje: ‘Mijn vrouw wil dat ik een rollator neem.’ De geriater antwoordde: ‘Nou, dan wacht u toch gewoon tot u een keer een heup breekt?’ Daarna hebben we een rollator gekocht. Daar werd de term vasculaire dementie voor het eerst genoemd. Op de foto’s die gemaakt zijn, was te zien wat er aan de hand was.”
“Frans kreeg veel vragen en hij moest testjes maken, die hij niet makkelijk vond. Je hebt toch een bepaalde spanning als je naar een arts of specialist gaat. Dan ben je jezelf niet. En dat geldt helemaal als je al niet helemaal up-to-date met alles bent. Ik denk dat hij veel meer aan de gesprekken heeft gehad.”

Evenwicht vinden

“Ik moet evenwicht vinden in wat ik overneem en wat ik mijn man nog zelf laat doen. Ik wil hem niets afpakken, alleen aanvullen. Boodschappen doen is moeilijk voor hem. Hij zegt dan: ‘Ik kan het lijstje niet lezen, je schrijft niet netjes’. Eén boodschap tegelijk, dan gaat het prima, maar twee dingen is al moeilijk. Ik doe de boodschappen nu meestal zelf. Frans kan sinds kort de pincode niet meer onthouden. Ergens vind ik dat ook wel fijn, ik zou niet willen dat ik hem de pinpas moet afnemen. Je wilt hem niet iets aandoen waar hij zelf niet aan toe is. Zelfs niet als je weet dat het eigenlijk niet meer kan.”

“Mijn man heeft een zacht karakter, is van nature heel hulpvaardig. Door mijn gezondheid heb ik even wat meer hulp van hem nodig gehad. Ik zag dat hij daarvan zelfs een beetje opknapte. Dat hij nu meewerkt aan dit project past helemaal bij de man die hij vroeger was.”
“We kunnen heel goed met elkaar praten over wat er gebeurt, zonder geheimzinnig te doen. Als we niet meer samen kunnen praten, wordt het moeilijker voor me. Tegen de kinderen heb ik gezegd dat ze ook mij maar moeten bellen als ze willen weten hoe het echt is. Mijn man maakt er soms een ander verhaal van. Het is voor hem moeilijk om iets na te vertellen.”

“We lezen sommige boeken samen en elke dag de krant. We vinden altijd een onderwerp waar we het dan over kunnen hebben. Frans kan nog steeds veel. Soms is het moeilijk om te focussen op wat hij wel kan, je bent snel geneigd om te zien wat hij niet meer kan. Vrij bewegen kan niet meer, niet meer reizen, niet fietsen. Iemand in zijn waarde laten is belangrijk om vertrouwen te stimuleren. We hebben geluk dat we dit samen kunnen doen. We zien wel wat de toekomst brengt. Daar denken we natuurlijk wel over na, maar het heeft geen zin dat we ons daarover steeds zorgen maken.”

Eigenwaarde

“Als ik anderen vertel over zijn ziekte, zorg ik ervoor dat Frans zijn eigenwaarde behoudt. Hij mag zijn wie hij is. Hij heeft geen betutteling nodig. Dat zie je vaak gebeuren bij mensen met dementie. De meeste mensen zijn ook niet opgeleid om op de goede manier te helpen. Er is een tv-commercial die tekenend is. Er staat een mijnheer met zijn fiets op een kruising, hij is duidelijk de weg kwijt. Auto’s rijden toeterend langs en mensen schreeuwen dat hij aan de kant moet gaan. Dan loopt er een jonge vrouw naar hem toe die hem op weg helpt. Het laat zien hoe je met respect kunt omgaan met iemand met dementie.”

“Eigenlijk wil je allemaal gezond 90 worden, maar je moet accepteren dat dit niet iedereen gegeven is. Moet ik me nu zorgen maken als Frans alleen op pad gaat? Als er iets gebeurt, heeft hij intussen wel gewoon allerlei dingen kunnen doen. Het is een proces waarin je allebei kleine stapjes zet. Een zoektocht, waarbij je op een gegeven moment voelt; dit werkt voor ons allebei. Ik ben heel dankbaar dat het me soms lukt en ik weet: je krijgt kracht naar kruis.”

Om de privacy van betrokkenen te beschermen, zijn sommige gegevens aangepast.
Foto: In deel 2 vertelt mevrouw Hermans hoe zij de ziekte van haar man ervaart.

Terug naar overzicht