Zo lang mogelijk blijven meedoen met de maatschappij

8 dec 2021

Deel 4: Twee jaar geleden kreeg de heer Frans Hermans uit Montferland te horen dat hij vasculaire dementie heeft. Een ingrijpende ziekte. Voor hemzelf en voor zijn omgeving. In een zesdelige serie laten we betrokkenen aan het woord. In deel 4 vertelt medewerker Sociaal Team/Wmo-consulent Nienke Bruins wat de gemeente voor mensen met dementie en hun naasten kan betekenen. 

“Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om ervoor te zorgen dat inwoners deel kunnen nemen aan de maatschappij”, vertelt Nienke. “Dat je toch zo lang mogelijk de dingen kunt doen die je graag wilt doen als je beperkingen krijgt. Vrienden bezoeken, de boodschappen doen, je huis schoonhouden en een zinvolle daginvulling. Praktisch vertaald betekent het bijvoorbeeld dat je bij de gemeente komt als autorijden niet meer lukt, het overzicht over het huishouden verdwijnt of als iemand eenzaam is.” 

Mensen met dementie worden vaak naar het Sociaal Team verwezen door de wijkverpleging, de praktijkondersteuner van de huisarts of de casemanager dementie. Maar ook melden kinderen of andere mensen uit het netwerk van iemand zich. De ingang naar het Sociaal Team is verschillend. Het maakt niet uit via welke weg je binnenkomt. Uiteindelijk kom je bij de goede medewerker terecht.

Nienke: “Als wij het gevoel hebben dat er iets ‘niet pluis is’, kan het ook gebeuren dat wij met toestemming van de cliënt de casemanager dementie of de praktijkondersteuner inschakelen. Soms gaan we samen met de casemanager dementie op huisbezoek.”

Keukentafelgesprek

Als er een melding binnenkomt, zoekt een medewerker van het Sociaal Team de cliënt thuis op. Dan wordt het zogenaamde keukentafelgesprek gevoerd. Nienke grapt dat dit gesprek trouwens vaak op het bankstel plaatsvindt. Er volgt een brede intake: “Hoe gaat het met iemand, hoe zit iemand in zijn vel? Hoe zit het netwerk in elkaar en waar heeft iemand ondersteuning bij nodig?”

“Het maakt veel verschil of de cliënt er alleen voorstaat of een goed netwerk om zich heen heeft”, weet Nienke. “Bij mensen die alleenstaand zijn, kan het lang duren voor ze beseffen dat er iets niet in orde is. De omgeving heeft dat niet altijd in de gaten. Wij worden dan meestal gebeld door iemand die dicht bij in het netwerk staat zoals een van de kinderen, een broer of zus. Vaak omdat het huishouden niet lekker meer loopt. Iemand weet bijvoorbeeld niet goed meer hoe de wasmachine werkt of kan het schoonmaken niet goed meer plannen. Als je in gesprek gaat, merk je dat er meer dingen zijn die niet lopen. Die bewustwording moet dan vaak bij de naasten nog landen. Het kan moeilijk zijn om te erkennen dat iets niet pluis is.”

Dagbesteding

Nienke: “Het kan zijn dat er een partner is, dan is er vaak een meer gerichte vraag. Een echtpaar kan na een bezoek aan de geriater bijvoorbeeld doorverwezen worden naar de gemeente omdat degene met dementie geactiveerd moet worden en er meer structuur in de week nodig is. Het is bij dementie namelijk goed als je brein geprikkeld blijft en je in een bepaalde structuur blijft zitten. Een zinvolle daginvulling is dan noodzakelijk. Samen met de partner en het netwerk wordt bekeken hoe dat georganiseerd kan worden. Bijvoorbeeld door aan te haken bij bestaande clubs zoals een wandelclub, handwerkgroep of een biljartgroep.  Iemand met dementie stopt misschien wel met sporten, terwijl het zo fijn kan zijn dat iemand aansluiting houdt. Of iemand heeft heel veel gehandwerkt, maar het lukt niet meer alleen. Wij weten vaak de weg of we zoeken samen met onze collega’s van Welcom uit waar iemand met zijn interesses terecht kan.”

In Montferland zijn er in het Albertusgebouw en Barghse Huus inloopgroepen, waar ze leuke activiteiten organiseren en iemand nieuwe contacten kan leggen. De mate van dementie maakt of er professionele begeleiding nodig is. Dagbesteding is dan een oplossing. Daar worden naast activiteiten als wandelen en koken ook geheugenspelletjes gedaan. Voor dagbesteding met professionele hulp is een indicatie van de gemeente nodig. 

Mantelzorgers

Iemand met dementie kan helemaal gelukkig zijn en vinden dat alles goed gaat, terwijl de mantelzorger heel erg belast is met het aansturen van degene met dementie. Nienke zegt daarover: “Het keukentafelgesprek is zo breed dat je ook oog hebt voor de mantelzorgers. Dat kan de partner zijn maar het kunnen ook (uitwonende) kinderen zijn.”

“Als de behoeftes van de cliënt en mantelzorger duidelijk zijn, worden ze op het spoor gezet om zelf dingen te regelen. Sommige dingen regelen wij voor ze. Mantelzorgers zijn letterlijk en figuurlijk de steunpilaren van maatschappij. Het kan bij dementie zwaar zijn om te zien hoe jouw naaste langzamerhand verandert en van je afdrijft. Als mantelzorger is het van belang ervoor te zorgen dat je toch ook je eigen dingen kunt blijven doen. Om op te kunnen laden.

Als we denken dat het voor een mantelzorger te zwaar wordt, schakelen we het Steunpunt Mantelzorg van Welcom in. Zij helpen de mantelzorger om ook goed voor zichzelf te blijven zorgen en de mantelzorg zo lang mogelijk vol te kunnen houden. Zodat het leven van de mantelzorger waardevol blijft. Als iemand opgenomen wordt en de partner/mantelzorger alleen achter blijft, kijken we of er ondersteuning nodig is.”

Wlz-indicatie

“Naast de regelingen die via de gemeente lopen, kan er thuiszorg geregeld worden. De thuiszorg kan bijvoorbeeld iemand helpen met het douchen, aankleden, het aanreiken van medicatie en met kleine medische handelingen, zoals ogen druppelen. Thuiszorg wordt vergoed door de zorgverzekeringswet” aldus Nienke. 

“Als het niet meer mogelijk is dat iemand met zorg thuis blijft wonen, komt de Wet langdurige zorg (Wlz) in beeld. Daarvoor is een diagnose dementie van een arts noodzakelijk. Dat iemand vergeetachtig is, is niet voldoende. Het Centrum voor Indicatiestelling in de Zorg (CIZ) heeft een diagnose nodig om een indicatie af te geven. Je krijgt dan als het ware een tijdje verpleeghuiszorg in je eigen huis. Gaat ook dat niet meer, dan kun je in een verpleeghuis gaan wonen. Dat kan bijvoorbeeld als een mantelzorger de zorg niet meer aankan of als de persoon met dementie gaat dwalen en er daardoor onveilige situaties ontstaan.”

Verbindende schakel

Nienke vertelt dat het Sociaal Wijkteam in het begin van de ‘niet pluis fase’ vaak de verbindende schakel is tussen alle partijen die bij iemand met een ondersteuningsbehoefte betrokken zijn. In de loop van de tijd neemt de casemanager dementie dit meestal over. “Zo nodig kan met toestemming van de cliënt een multidisciplinair overleg gepland worden. Daarbij zijn de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde, de praktijkondersteuner, fysiotherapeut, het Sociaal Wijkteam en thuiszorg betrokken. Tijdens zo’n overleg kijken we waar we iets beter kunnen laten lopen. Voor de persoon met dementie, maar ook voor de mantelzorger. De specialist ouderengeneeskunde van Liemerije kijkt vanuit een eigen expertise mee. Omdat je met z’n allen het probleem op tafel legt, wordt duidelijk waar de schoen wringt en kun je de cliënt en zijn mantelzorger ondersteunen om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven wonen.”

KLIK HIER om de gehele zesdelige serie ervaringsverhalen te lezen van mensen met dementie en hun betrokkenen.

 

Terug naar overzicht